De visserij op kokkels.
Vangstmethode:
Bij de handkokkelvisserij wordt de
kokkelbeugel (ook wel wonderklauw genoemd), een soort hark waaraan en zak van netwerk is bevestigd,
met
handkracht door de bovenste centimeters van de bodem getrokken. De handkokkelvisser loopt hierbij langzaam achteruit en maakt rukkende
bewegingen met de heupen, waardoor de kokkels uit het zand gespoeld worden.

Vangsttijd:
De visserij vindt plaats tijdens die periode van het
getij, waarin boven de zandplaat
tussen de 10 en de 80 centimeter water staat. Dit water is nodig om het zand tussen de kokkels weg te laten
spoelen. De gevangen kokkels
worden met kleine bootjes naar het schip gebracht.
De vistijd tijdens eb is ongeveer 2 uur, en tijdens vloed 1uur, afhankelijk van het
weer, want bij slecht weer is de vistijd aanmerkelijk korter. Omdat er maar een kleine oppervlakte wordt afgevist is er een grote kokkeldichtheid nodig om rendabel te kunnen
werken. Over het algemeen kan men zeggen dat een minimale dichtheid van 600 kokkels per
vierkante meter nodig is om rendabel te kunnen handkokkelen.

Afzetgebied:
Het grootste deel van de vangsten wordt geleverd aan de conservenfabrieken die de kokkels koken, inblikken en exporteren naar
spanje.Een klein deel wordt in het najaar en de winter geleverd aan de versmarkt
in Frankrijk.

|